In het regeerakkoord werd een passage opgenomen rond de invoering van een verplichte arbeidstijdregistratie 2027. Dit werd toegevoegd aan het onderdeel over de jaarlijkse arbeidstijd. Tijdens de begrotingsgesprekken van eind 2025 kondigde het kernkabinet aan dat een tijdsregistratiesysteem zowel in de private – als publieke sector verplicht zou worden vanaf 1 januari 2027. Dit werd opnieuw benadrukt naar aanleiding van de wijziging van het systeem van vrijwillige overuren. Het is momenteel nog wachten op de concrete wetteksten.
Historiek
Er is dus een nood om een arbeidstijdregistratiesysteem in te voeren. Maar waarom is dat plots nodig?
Het debat vindt zijn oorsprong in het CCOO-arrest van het Hof van Justitie van 14 mei 2019 en werd later bevestigd in het Loredas-arrest van december 2024.
In dit arrest oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de lidstaten werkgevers moeten verplichten een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem in te voeren waarmee de dagelijkse arbeidstijd van elke werknemer kan worden gemeten. Het Hof gaf daarbij wel aan dat de lidstaten bij de concrete uitwerking van die verplichting rekening mogen houden met specifieke kenmerken, zoals de sector of de omvang van de onderneming.
De verplichting tot registratie van de arbeidstijd is bindend voor alle autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van de rechterlijke instanties. De lidstaten hebben bovendien de verplichting om het nationale recht conform het Europese recht uit te leggen.
In lidstaten waar geen specifieke regels voor arbeidstijdregistratie bestaan, is het wachten op een wetgevend initiatief. Dat is onder meer het geval in België.
Wat betekent dit voor de werkgever?
Het is duidelijk dat in het Belgische arbeidsrecht een verplichting tot arbeidstijdregistratie zal worden ingevoerd. Hoe die verplichting concreet vorm zal krijgen, is nog niet duidelijk. Ook valt nog af te wachten of zij op 1 januari 2027 in werking zal treden.
Er werd aangegeven dat de wijze van arbeidstijdregistratie vrij zal kunnen worden gekozen. Het systeem zal wel moeten voldoen aan de vereisten van objectiviteit, betrouwbaarheid en toegankelijkheid. Het is nog onduidelijk hoe strikt die voorwaarden zullen worden toegepast. Zo is nog niet bekend of alleen de duur van de arbeidstijd moet worden geregistreerd, dan wel ook de begin- en eindtijd van de arbeidsdag en de pauzes. Werkgevers zouden een overgangsperiode van drie maanden krijgen, tot en met 31 maart 2027.
De standpunten van de verschillende politieke partijen blijken sterk uiteen te lopen. Waar de ene partij een uitgebreide arbeidstijdregistratie vooropstelt, wil de andere de registratie zo beperkt mogelijk houden.
Samen met u kijken we uit naar de definitieve teksten. Gelet op de vooropgestelde datum van 1 januari 2027 zullen die vrij snel na het zomerreces moeten worden aangenomen.
Wilt u op de hoogte blijven van de verdere ontwikkelingen rond arbeidstijdregistratie en andere wijzigingen in het arbeidsrecht? Schrijf u in voor de Mint Update en ontvang regelmatig heldere en praktische juridische updates.
