Naar aanleiding van de vele vragen over de eID-controle tijdens ons webinar voor thuisverpleegkundigen, zetten wij in deze blog de huidige regeling uiteen en staan we stil bij de wijzigingen die vanaf 2027 worden doorgevoerd en overwogen.
Huidige situatie
Als u de elektronische derdebetalersregeling toepast, dan bent u sinds 1 oktober 2017 verplicht om de identiteit van uw patiënt bij elk patiëntencontact te verifiëren. Ook de zorgkundige die verstrekkingen verrichten, moet deze elektronische verificatie bij elk patiëntencontact doorvoeren.
Daarbij wordt een 90%-regel toegepast. Dit betekent dat u 90% van de patiënten hun identiteit moet verifiëren door lezing van een chip van:
- Een geldige Belgische elektronische identiteitskaart (eID);
- Een geldige elektronische vreemdelingenkaart;
- Een geldig elektronisch verblijfsdocument;
- Door lezing van een geldige ISI+ -kaart;
- Via de applicatie Itsme.
De overige 10% kan men manueel ingeven via het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ-code) of door lezing van de streepjescode of QR-code op:
- Een geldige Belgische elektronische identiteitskaart (eID), geldige elektronische vreemdelingenkaart of geldig elektronisch verblijfsdocument;
- Een geldig attest van sociaal verzekerde afgeleverd door de ziekenfondsen;
- Het kleefbriefje van het ziekenfonds.
Wanneer u de identiteitsgegevens van de patiënt manueel inbrengt, dan moet u één van de drie volgende redenen vermelden bij het factureren:
- Uw patiënt legt een identiteitsdocument voor zonder chip;
- De lezing van de chip functioneert niet;
- Het informaticasysteem functioneert in zijn geheel tijdelijk niet (bv. algemene panne).
Ook vandaag moet u bij een manuele invoer van de identiteitsgegevens reeds aangeven waarom u van deze mogelijkheid gebruikmaakt. Wanneer u de identiteitsgegevens van de patiënt manueel invoert, moet u bij de facturatie één van de drie daarvoor voorziene redenen vermelden. Vanaf 1 januari 2027 wijzigen evenwel de modaliteiten.
Wij raden thuisverpleegkundigen aan om de reden voor een manuele invoer telkens te registreren. Zo kan u bij een eventuele controle aantonen waarom geen elektronische verificatie heeft plaatsgevonden en vermijdt u discussies over de vraag of de betrokken prestaties daadwerkelijk werden uitgevoerd, met een eventuele terugvordering van de aangerekende prestaties tot gevolg.
Geen harde betalingsgrens
De 90%-regel is vandaag geen harde betalingsgrens. Haalt u geen 90% elektronische patiënten verificatie, dan betekent dit niet automatisch dat uw prestaties niet worden vergoed.
Een percentage onder die grens kan wel de aandacht trekken van de controledienst van het RIZIV. Zij kunnen vervolgens onderzoeken waarom bij meer dan 10% van de prestaties geen elektronische verificatie gebeurde en nagaan of de aangerekende prestaties effectief werden uitgevoerd en/of in overeenstemming met de nomenclatuur zijn uitgevoerd.
Wanneer u niks invult bij het verplichte recordtype 52, kan dit wel leiden tot een weigering van de facturatie.
Nieuwe modaliteiten bij e-ID verificatie vanaf januari 2027
Vanaf januari 2027 wijzigen de regels inzake identiteitsverificatie. De 90%-regel blijft voorlopig behouden, maar voor de overige 10% worden de mogelijkheden tot manuele identificatie verder beperkt.
Daarnaast zal patiënten verificatie niet langer mogelijk zijn aan de hand van een ziekenhuisvignet. De verificatie zal in principe moeten gebeuren via de chip van de elektronische identiteitskaart.
Ook de manuele invoer van het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ) wordt beperkt tot twee specifieke situaties. Wanneer u van deze mogelijkheid gebruikmaakt, zal u telkens de reden hiervoor moeten registreren.
Wanneer is manuele invoer toegestaan?
1.Technische overmacht
De eerste situatie waarin manuele invoer mogelijk blijft, betreft technische overmacht. Daarvan kan onder meer sprake zijn wanneer de chip van de elektronische identiteitskaart niet kan worden uitgelezen, wanneer zich een algemene technische storing voordoet of wanneer de streepjescode of datamatrixcode van een geldige ISI+-kaart niet kan worden gelezen.
Ook wanneer verschillende verpleegkundigen met verschillende softwarepakketten werken die niet met elkaar verbonden zijn, kan sprake zijn van technische overmacht. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er geen connectiviteit bestaat tussen de software van de verpleegkundige die het forfait factureert en die van de andere verpleegkundige.
2. Patiëntverificatie tijdens een volgend bezoek
Beschikt de patiënt tijdens uw bezoek niet over een identiteitsdocument, dan kan u de verificatie uitstellen tot een later tijdstip. Zodra een correcte identificatie mogelijk is, bijvoorbeeld bij uw volgend bezoek aan de patiënt, kan u de gegevens voor het eerdere bezoek alsnog manueel invoeren.
Wat is het verschil met de huidige regeling?
De verplichting om een manuele invoer te verantwoorden is op zich niet nieuw. Ook vandaag moet u bij de facturatie reeds aangeven waarom de identiteitsgegevens manueel werden ingevoerd. Vanaf januari 2027 wijzigen evenwel de voorwaarden en situaties waarin een dergelijke manuele invoer mogelijk is.
Belangrijk is dat de drempel vanaf januari 2027 nog steeds geen betalingsvoorwaarde vormt. Aan het louter niet behalen van de 90%-drempel worden voorlopig evenmin financiële gevolgen gekoppeld.
Potentiële regeling vanaf juli 2027
Vanaf de gefactureerde maand juli 2027 zou de regeling een belangrijke stap verder gaan. Elektronische patiënten verificatie zou dan in principe een voorwaarde worden om betaling van de aangerekende prestaties te kunnen verkrijgen. Deze regeling heeft tot doel fraude bij de aanrekening van prestaties zoveel mogelijk te voorkomen.
De drempel zou per mutualiteit worden beoordeeld. Wordt het vereiste percentage voor een bepaalde mutualiteit niet gehaald, dan zou het volledige bestand voor die mutualiteit worden tegengehouden. Het gevolg is dus potentieel aanzienlijk: u zal dan geen betaling ontvangen voor de prestaties die in dat bestand zijn opgenomen.
Hoe de regeling er precies zal uitzien, is vandaag nog niet definitief duidelijk. Er is nog geen wettelijke regeling en ook over de hoogte van de drempel bestaat nog onzekerheid. De exacte drempel staat voorlopig nog niet vast. Binnen de Overeenkomstencommissie werd evenwel een mogelijke drempel van 85% besproken. Haalt u de 85%-drempel, dan krijgt u 100% van uw geleverde prestaties uitbetaald.
Voor verpleegkundigen die onder een groepsnummer werken, kan dit belangrijke gevolgen hebben. Indien de verpleegkundigen samen de vereiste drempel niet halen, zou het volledige facturatiebestand geblokkeerd kunnen worden. De concrete werkwijze verschilt evenwel per ziekenfonds.
Omtrent deze invoering als betalingsvoorwaarde, is er reeds een parlementaire vraag gesteld aan minister Vandenbroucke. Hij bevestigde dat deze regeling er zal komen en spreekt voorlopig wel van een 90%-regel.
Wat als de vereiste drempel niet wordt gehaald?
Minister Vandenbroucke verwijst als mogelijke oplossing naar het schrappen van een aantal manueel geregistreerde prestaties uit het facturatiebestand, zodat de vereiste drempel alsnog wordt bereikt. Het verworpen facturatiebestand kan dan opnieuw ingediend worden na weglating van het aantal verstrekkingen zonder lezing, zodat men binnen het maximum van de niet-elektronische lezing blijft. Zo kunt u een correctie doen, maar verliest u wel een aantal van de geleverde prestaties dewelke werden uitgevoerd zonder elektronische inlezing.
Werkt u onder een groepsnummer en behaalt één verpleegkundige de vereiste drempel niet, dan kan ervoor gekozen worden om het facturatiebestand van die verpleegkundige niet mee te nemen. Hierdoor kan het gezamenlijke facturatiebestand van de overige verpleegkundigen alsnog de vereiste drempel behalen. Op die manier zou het gezamenlijke facturatiebestand van de overige verpleegkundigen mogelijk wel aan de vereiste drempel voldoen.
Heeft u vragen over de identiteitsverificatie of krijgt u te maken met problemen of een controle door het RIZIV? Aarzel dan niet om contact op te nemen met Mint Advocaten. Wij helpen u graag verder en staan u bij waar nodig. Plan een kennismakingsgesprek in.
