De derdebetalersregeling speelt een belangrijke rol in de Belgische gezondheidszorg. Ze bepaalt of de patiënt zijn behandeling moet voorschieten en hoe zorgverleners hun prestaties mogen aanrekenen. Voor kinesitherapeuten en osteopaten gelden echter verschillende regels. Hieronder leggen we helder uit hoe het systeem werkt en waarom het voor osteopathie in de praktijk niet mogelijk is.
Wat is de derdebetalersregeling?
In een klassiek systeem betaalt de patiënt eerst de volledige zorgkost en ontvangt hij daarna een terugbetaling van zijn ziekenfonds.
Bij de derdebetalersregeling draait dat om: de zorgverlener rekent rechtstreeks aan bij het ziekenfonds, en de patiënt betaalt enkel het remgeld en eventuele supplementen.
Sinds 1 januari 2022 mogen alle zorgverleners deze regeling toepassen voor prestaties die binnen de verplichte ziekteverzekering vallen, dus binnen de RIZIV-nomenclatuur. Dat geldt voor onder andere artsen, tandartsen en kinesitherapeuten. Maar niet elke discipline valt onder die verplichte verzekering, en dat maakt een groot verschil.
Kinesitherapeuten: derdebetalersregeling wél mogelijk
Kinesitherapie maakt deel uit van de verplichte ziekteverzekering. Daardoor kan de kinesitherapeut de derdebetalersregeling gebruiken.
In sommige gevallen is dat zelfs verplicht, bijvoorbeeld bij:
- patiënten met een verhoogde tegemoetkoming;
- personen in financiële moeilijkheden;
- palliatieve patiënten;
- patiënten met een MAF-attest;
- bepaalde OCMW-trajecten.
In alle andere situaties kan de kinesitherapeut vrij beslissen of hij de derdebetaler toepast.
Voordelen van het systeem
Voor patiënten betekent de derdebetalersregeling dat zij niet langer de volledige kost moeten voorschieten. Dat is vooral belangrijk bij chronische behandelingen, langdurige revalidatie, of voor mensen met beperkte financiële middelen. Het systeem vermindert ook de administratieve last voor de patiënt en zorgt dat behandelingen minder snel worden uitgesteld of stopgezet om financiële redenen.
Voor kinesitherapeuten kan de regeling leiden tot minder wanbetalingen, al brengt ze wel extra administratie en controleverplichtingen met zich mee. Er bestaat ook een risico op misbruik door bijvoorbeeld prestaties aan te rekenen die niet (of niet volledig) hebben plaatsgevonden, foute of valse indicaties gebruiken.
Osteopaten: derdebetalersregeling niet mogelijk
Voor osteopathie ligt de situatie anders. Osteopathie staat niet opgenomen in de RIZIV-nomenclatuur en maakt dus geen deel uit van de verplichte ziekteverzekering. Daardoor kan een osteopaat nooit de derdebetalersregeling toepassen. De patiënt moet de volledige behandeling dus altijd zelf betalen en kan niet enkel remgeld betalen.
Wel bieden veel mutualiteiten een aanvullende, forfaitaire terugbetaling—bijvoorbeeld een beperkt bedrag per sessie of een maximaal aantal sessies per jaar. Dit gebeurt via de aanvullende verzekering, niet via het RIZIV. De patiënt betaalt eerst zelf de sessie en dient daarna het attest in bij zijn ziekenfonds.
Wat als een zorgverlener zowel kinesitherapeut als osteopaat is?
Een zorgverlener kan beide erkende rollen combineren, maar dan is het extra belangrijk om een strikt onderscheid te maken tussen de twee disciplines.
- Kinesitherapie mag via de derdebetalersregeling worden aangerekend.
- Osteopathie moet altijd apart en volledig betaald worden door de patiënt.
Osteopathische handelingen mogen nooit worden gefactureerd als kinesitherapie. Dat wordt beschouwd als RIZIV-fraude en kan leiden tot zware sancties en terugvorderingen. Administratief én inhoudelijk moeten beide activiteiten strikt gescheiden blijven.
Conclusie
De derdebetalersregeling is wel mogelijk voor kinesitherapie, soms zelfs verplicht.
De regeling is nooit mogelijk voor osteopathie.
Zorgverleners met beide titels moeten beide activiteiten volledig gescheiden houden.
Heeft u vragen over deze regeling of andere problemen? Aarzel niet om contact op te nemen met Mint Advocaten.








